Broedseizoen 2026

Broedseizoen 2026

Door Theo Meijer,
Wetlandwacht voor De Vogelbescherming.

Eind juli is het tijd voor een terugblik op het afgelopen broedseizoen in de Rottige Meenthe – Brandemeer. In februari was het een beetje winters en lag er zelfs even sneeuw, daarna werd het warmer en warmer en droger en droger. Maar de tortelduif trok zich daar niets van aan en broedde midden in de winter rustig door in de klimop voor het huis. Half februari legde de zeearend voor het derde jaar op rij eieren en konden begin mei 2 jongen geringd worden, die half juni het nest verlieten.
In maart foerageerden meerdere dagen, tot maximaal 8, reuzensterns op en rondom het schelpeneilandje middenin de Grachtplassen en vertoefden de terugkerende grutto’s weer meerdere weken in de plas bij Langelille.
Op één van mijn fietstochten door het Brandemeer hoorde ik half april een raaf alarmeren. Al vaker had ik 1 of 2 raven in de buurt gezien (gehoord) de laatste tijd. Wat schetste mijn verbazing, in één van de electriciteitsmasten aldaar bevond zich op de onderste traverse een groot nest. Toen ik met de telescoop op 800 m (ja, ze zijn onwaarschijnlijk alert en daardoor maar moeilijk te benaderen) het nest nauwkeuriger bekeek, vloog één van de ouders onmiddellijk af en zag ik de kopjes van meerdere jongen omhoog komen. Eind mei zetten ze hun eerste stapjes buiten het nest en bleken er zelfs 5 jongen aanwezig te zijn (zie de foto van Jacques van der Ploeg, die op zoek was naar de boomvalken aldaar). Het eerste broedgeval van een raaf in ons gebied en meteen zo succesvol !
De (wilde) eenden hadden een goed jaar, vanaf begin april zag ik overal in de slootjes moeders met jongen. Ook bij de ontsnapte, exotische mandarijneenden, inmiddels aangegroeid tot een groepje van 7 mannetjes en 1 vrouwtje, zag ik (helaas) het vrouwtje met 8 jongen rondzwemmen.
Ondanks het, op meerdere plekken, schudden van grauwe ganzeneieren, verschenen in april overal jonge gansjes.
Eind april vertoonden zich een paar dagen lang 2 paar paapjes op de nog kale ribben achter Munnekeburen. Zelfs een hop liet zich zien aan de Gracht. Beide waren geen blijvertjes.
Nog nooit mooi in beeld gekregen, de Cetti’s zanger, een nieuwkomer, maar zijn explosieve zang was op steeds meer plekken duidelijk te horen.
De droogte leek de muizen in het veld goed te doen, waardoor ooievaars, reigers, uilen en roofvogels weer eens een topseizoen hadden. Tegenover de tientallen buizerdnesten, ontdekte ik maar 2 nesten van de torenvalk. Eerdere jaren wist ik wel 10 nesten te vinden. Deze kleine roofvogel, een echte muizenjager, lijkt (bijna) te verdwijnen uit onze omgeving.
Met de drone werden in het elzenbroekbos richting 3-wegsluis de nesten gezien van 50 blauwe en 90 zilverreigers en 220 aalscholvers. In het rieteilandje in Brandemeer Noord vonden we zo de nesten van 64 broedende purperreigers. Tijdens de broedvogelinventarisaties aldaar werden meerdere jagende velduilen gezien en enig speurwerk leverde een nest op met 8 eieren, waarvan de jongen, na uitgesteld maaien, half juli succesvol uitvlogen. Hier gebeurde ook wat bijzonders: een vrouwtje bruine kiekendief viel voor de avances van een man steppenkiekendief, hun 3 eieren kwamen niet uit.
De meer dan 40 uitgelegde vlotjes voor de zwarte sterns in B-Noord, werden op 2 na ingepikt door de wat brutalere kokmeeuwen. Het leek erop dat de sterns zich daarna verplaatst hadden naar B-Zuid, waar in totaal 38 paar nestelden.
Op het schelpeneilandje in de Grachtplassen broedden wel 25 paar visdieven.
In het moerasbos tussen Scheene en Pieter Stuyvesantweg hoorde ik kleine en grote bonte spechten, goud- en appelvinken en meerdere wielewalen. In de wijde omgeving waren geen ijsvogels meer aanwezig en ook de winterkoningen waren schaars.
Op mijn rondes door de polder zag ik half juli, terwijl de rietzangers, kleine karekieten en snorren voor een tweede legsel gingen, de eerste grutto’s en kievieten al terugkeren in de plas-dras gebiedjes, alsook (mannetjes) kemphanen, lepelaars met hun jongen, een paar steltkluten met 3 jongen en ruiende casarca’s. De meesten hiervan maken tussenstops op weg naar hun overwinteringsgebieden verder zuidelijk. Hun plek zal na de zomer ingenomen worden door (trek-) vogels, die verder noordelijk gebroed hebben, zoals kolganzen en smienten.
En de tortelduif, hij broedt maar door, nu voert ie 2 jongen in de tuin van de buren.